Shocking Blue, het idee dat er achter zat

shockingblue

Huub Koch: Wat mij, als ontwerper, tegenwoordig vooral interesseert in Shocking Blue, is het idee dat er achter zat.

Shocking Blue heeft officieel van 1967 tot 1974 bestaan en is in die tijd een legende geworden. De succes-periode van deze band speelde zich af tussen 1968 en 1973. Het gaat hierbij om een stuk geschiedenis dat ook een belangrijke episode is geweest in mijn eigen leven. Dat komt doordat ik daar als oprichter van de Shocking Blue Fanclub een zeer korte en intense periode bij betrokken ben geweest.

Laatst heb ik het boek De b-kant van de beat (1) herlezen. Daarin komen Robbie (gitarist, leider van de band) en Cees van Leeuwen (manager) uitgebreid aan het woord. In één van die interviews komt Cees tot een veelzeggende uitspraak: “Als ik toen wist wat ik nu weet over management, dan zou het heel anders zijn afgelopen met Shocking Blue.” Dat spreekt me wel aan, want ook ik zou kunnen zeggen: “Als ik toen wist wat ik nu weet en ook over de middelen had beschikt die ik nu heb, zou het heel anders zijn afgelopen met de Shocking Blue Fanclub.”

De oprichting van de Shocking Blue Fanclub heeft plaatsgevonden op 23 November 1969 in Schiedam Groenoord. Venus had op 1 juli van dat jaar de Nederlandse en Europese hitlijsten bestormd. In februari 1970 kwam het bovenaan te staan in de Billboard Top-100 charts in Amerika. De fanclub is dus midden in die periode ontstaan.

In de eerste plaats was ik zelf fan van Shocking Blue. Dat was begonnen met de single Send me a postcard. Na het verschijnen van Venus werd mijn enthousiasme zo groot dat ik besloot de fanclub op te richten. Ik was al een beetje op de hoogte van wat er in fanclubland aan de hand was, want ik had een aantal fanclubbladen in mijn bezit, waaronder enkele van The Cats. In de muziekbladen Popfoto, Muziek Express, Muziek Parade en Hitweek stonden kleine regeladvertenties waarmee fanclubs nieuwe leden probeerden te werven. Zonder enig idee van wat dat allemaal met zich mee zou brengen plaatste ik een advertentie in Popfoto en Muziek Express.

Binnen een week stroomde onze postbus letterlijk over van de reacties. Die kwamen niet alleen uit Nederland, maar ook uit België, de Antillen en het Oostblok. Al die fans vroegen natuurlijk om affiches, foto’s, een biografie en allerlei andere informatie en Shocking Blue-gadgets. Mijn ouders, die ook een beetje verrast waren door de actie van hun dertienjarige zoon en de respons daarop, vonden het wel een aardig initiatief en besloten mij daarin met raad en daad te steunen.

In de begintijd was het zaak zo snel mogelijk een aantal basisvoorwaarden op te zetten, zodat enigszins aan de vraag van de fans kon worden voldaan. Veel van hun vragen bleken overigens dezelfde te zijn. Tegenwoordig zou je daar op een website een Frequently Asked Questions pagina tegenover zetten. Toen was het belangrijk een basispakket met papieren informatie samen te stellen. Daartoe heb ik eerst contact opgenomen met de platenmaatschappij van Shocking Blue, Dureco. Ik kreeg te maken met Hans Wilbrink, die daar toen de promotie deed en later hoofdredacteur van Nieuwe Revu zou worden. Hij was erg behulpzaam. Ik kon langs komen op het kantoor van Dureco (Dutch Record Company) achter de Beurs van Berlage in Amsterdam, in het pand aan de Beursstraat 21.

Samen met hem schreef ik toen een biografie. Die werd vervolgens gestencilled op mooie press-sheets van Dureco. Het papier was lichtcrème en had rondom aan de randen rood-blauwe onderbroken balkjes, min of meer als op een luchtpostenveloppe. Dat zag er al meteen heel fraai uit. Hans zorgde er ook voor dat ik telkens voorzien werd van dozen met foto’s van Shocking Blue, gedrukte exemplaren, maar toch heel verzorgd.

shockingblue2

Mijn moeder had inmiddels een administratie opgezet. Ieder lid kreeg eerst een lidnummer en, als bewijs dat je betaald had, een abonneenummer, en vervolgens een biografie, foto’s en een mededelingenblad. Daarin beantwoordden wij ook zoveel mogelijk vragen die niet binnen de standaardinformatie lagen. Dit alles in afwachting van het verschijnen van ons eerste fanclubblad, dat inmiddels ‘Pinky’ was gedoopt. Die naam verwees naar het label Pink Elephant van Dureco waarop Shocking Blue’s platen werden uitgebracht. Fans stuurden ons ook foto’s van zichzelf en tekeningen, die soms in het blad werden geplaatst en soms naar bandleden van Shocking Blue werden doorgestuurd.

In het begin was ik samen met mijn ouders de spil waar alles om draaide. Gelukkig kregen wij ook veel medewerking. Hans Wilbrink noemde ik al eerder. De tweede persoon waar ik veel aan te danken had was fotograaf Teun van Popta uit Den Haag. Teun was toen achttien jaar en fotografeerde veel in de Haagse Popscene. Tegen de tijd dat de Shocking Blue Fanclub enige bekendheid had gekregen kreeg ik ook vrijkaarten om optredens bij te wonen. Teun vergezelde mij dan en maakte ook foto’s die later in Pinky verschenen. Verder voerden we natuurlijk veel gesprekken over onze ervaringen en indrukken. Eind 1970 was Teun een van de eersten die opmerkte dat het succes van Shocking Blue ook zijn keerzijde had. Hij liet mij eens foto’s zien die hij had gemaakt tijdens de Italiaanse toernee van de band. Je kon daar heel duidelijk op zien dat de groepsleden behoorlijk uitgeput waren van de wekenlange optredens. Een voorteken dat geenszins bedrieglijk is gebleken.

Twee andere personen die met de fanclub hebben meegeholpen zijn Romeo van der Broek en Karel den Hengst. De laatste was een student Nederlands die de journalistiek in wilde en recensies schreef voor het blad. Zijn naam was een pseudoniem, want hij heette eigenlijk Henk Karelse en kwam uit Vlaardingen. Romeo van der Broek was een Shocking Blue-fan uit Zwijndrecht. Wat hij nu precies deed voor de fanclub is me eigenlijk niet meer geheel duidelijk. Meer een vorm van morele support en begeleiding naar optredens, ontvangsten van en met Shocking Blue, gouden platenuitreikingen en persconferenties. Hij maakte vaak deel uit van het gezelschap van Teun van Popta en mij.

Ook Shocking Blue zelf was langzamerhand bij mij in beeld gekomen. Ik had met Teun en Romeo een optreden in het Haags Gemeentemuseum bijgewoond ter gelegenheid van de festiviteiten rond hun ereburgerschap van Den Haag. Mijn volgende etappe leidde naar een optreden van Shocking Blue in de Electrozaal in Slikkerveer. Daar heb ik mijn eerste interview met Robbie van Leeuwen gedaan en werd ik voorgesteld aan de andere leden van de groep.

Tijdens de voorbereidingen van het publiceren van het fanclubblad Pinky werd het verzamelen van unieke kopij en bijzonder fotomateriaal de belangrijkste kwestie. Teun van Popta zorgde voor goede foto’s, we kregen materiaal van de platenmaatschappij (ook van de toernee door Zwitserland, via Metronome Records), maar voor meer persoonlijke foto’s, zoals jeugdfoto’s, kon ik alleen bij de groepsleden zelf terecht. Daarom maakte ik afspraken met Shocking Blue-leden en hun ouders. Eerst ben ik eerst bij Robbie’s moeder op bezoek gegaan, een gedecideerde Haagse dame, want Rob kwam wat je noemt uit een goed nest. Daar heb ik toen de foto van Rob als klaarover uitgezocht die later in ons blad is afgedrukt. Rob kwam ook zelf nog even langs die middag. We hebben toen nog wat gekletst.

shockingblue3

Het bezoek aan Mariska en haar ouders verliep in het bijzijn van mijn moeder. Ik was dertien en mijn moeder had zoiets van Ja, ik laat je niet zomaar alleen naar Mariska gaan. Ik weet niet wat ze zich daarbij had voorgesteld, maar achteraf besef je natuurlijk wel dat je op dat moment bij de meest begeerde vrouw van Nederland op de thee bent geweest. Mariska bleek trouwens erg aardig te zijn en zelfs een beetje verlegen. Heel anders dan haar imago deed vermoeden. We hebben toen de beroemde babyfoto van Mariska uitgezocht, die je nu nog veel op internet tegenkomt. Bij dat gesprek was ook haar zus aanwezig. We spraken overigens niet alleen over Shocking Blue, maar ook over haar vader Lajos Veres, een zigeunermuzikant waar mijn moeder weer een fan van bleek te zijn geweest.

Cor van der Beek woonde bij zijn ouders in Rotterdam-Zuid. Zijn vader was taxichauffeur en daar vertelde hij ook het een en ander over. Het gesprek met Cor ging onder meer over de bands waar hij voor Shocking Blue in had gespeeld. De foto die ik bij hem heb uitgezocht was een jeugdfoto als welp bij de padvinders. Na afloop van dat bezoek heeft hij mij nog met zijn Alfa Romeo naar het station in Schiedam gebracht. Daar stelde hij mij voor aan Leo van de Ketterij, die net tot Shocking Blue was toegetreden en op die plek stond om afgehaald te worden.

Toen ik al in de twintig was en het Rotterdamse uitgaansleven frequenteerde kwam ik Cor nog wel eens tegen. Dat heeft veel indruk op me gemaakt, want hij was dan altijd stomdronken. Zo dronken heb ik trouwens zelden iemand gezien. Heel tragisch. Ik kom daar later op terug. Ontroerend is evenwel dat iedereen die hem van nabij heeft gekend met hele goede en kameraadschappelijke gevoelens over hem en zijn kwaliteiten als drummer spreekt. Een verzoenende indruk die je bijblijft.

Patrick Beijaard is wellicht de laatste persoon die Cor in levende lijve heeft gezien. Dat was begin 1998. Hij had Cor willen opzoeken, maar die bleek niet thuis te zijn. Een blik op het interieur, via het raam, gaf de indruk alsof er een bom was ontploft. Van een buurvrouw hoorde Patrick dat Cor in een verpleeghuis op de Mathenesserlaan in Rotterdam was opgenomen. Toen hij daar heenging vond hij Cor slapend in een rolstoel. Opvallend was de donkere kleur van zijn haar, redelijk ongewoon voor iemand van negenenveertig. Ze spraken over slagwerk: Patrick is namelijk ook drummer en Cor was zijn held. Cor zei dat Patrick nu waarschijnlijk beter was dan hijzelf. Hij had zich verzoend met het feit dat hij nooit meer zou kunnen lopen. Een toekomstvisie ontbrak. Lachend liet hij wat blikjes bier zien die hij in zijn rolstoel verborgen had. Blijkbaar zagen ze dat door de vingers in het verpleeghuis. Alleen zijn moeder bezocht hem daar nog. Het gesprek deed hem zichtbaar plezier. Op de vraag of hij een handtekening wilde zetten op een elpeehoes, zei Cor dat hij dat niet meer kon. Zijn handen hadden hem in de steek gelaten, maar toch… met de grootste moeite wist hij bij het afscheid met een pen in een gebalde vuist een handtekening op de hoes van Inkpot te krabbelen. Bij het afscheid spraken ze af dat Patrick nog eens langs zou komen. In april belde hij nogmaals naar het verpleeghuis en kreeg toen via de telefoon te horen: “Van Der Beek? O ja, die is vorige week (op 8 april 1998-hk) overleden.”

Vreemd genoeg staat me van het bezoek aan Klaasje van der Wal niet veel meer bij. De jeugdfoto die van hem in Pinky verscheen laat hem lachend zien achter een tafeltje op de lagere school, een typische jaren-vijftig-foto. Klaas woonde al niet meer bij zijn ouders. Het was een publiek geheim dat hij met een zekere Emmy was getrouwd. Klaas was ook de eerste die het veld moest ruimen. De redenen, zijn drankgebruik en de effecten daarvan, staan beschreven in De b-kant van de beat. Zijn disfunctioneren uitte zich bijvoorbeeld hierin, dat hij Mighty Joe inzette terwijl de band net Venus begon te spelen. Met de vaststelling dat Klaas’ problematiek de oorzaak was van zijn verwijdering uit de band is nog niet alles gezegd. Bij de achtergronden daarvan valt nog wel een kanttekening te maken. Ook hierover later meer.

Medio 1970 bezat de fanclub meer dan vijftienhonderd leden. Nu kun je overal vrijwilligers voor krijgen, maar zelden voor de rotklussen. Zo’n rotklus was de administratie. Mijn moeder hield die administratie heel gedisciplineerd en met verve bij, maar het begon natuurlijk wel een dagtaak te worden.

Een andere factor die ertoe heeft bijgedragen dat het voortbestaan van de fanclub op scherp werd gezet was de financiële kwestie. Deze problematiek zou vandaag heel anders liggen, nu internet het kostenplaatje van fanclubpublicaties veel meer beheersbaar heeft gemaakt. In die tijd was reproductie heel kostbaar, althans reproductie van een zekere kwaliteit. Stencillen was goedkoop, maar met die druktechniek was het moeilijk de foto’s enigszins toonbaar te krijgen. Ook de invoering van het elektronisch stencil bracht daarin geen verbetering. Klein-offsetdruk was net in opkomst, maar weinig drukkers konden dat in die tijd leveren. Zodoende koos mijn vader voor boekdruk, dat relatief duur was, maar wel erg mooie resultaten gaf. De clichés die voor het afdrukken van de foto’s vervaardigd moesten worden heb ik nog steeds in mijn bezit (ik heb er zelfs ooit gebruik van gemaakt als onderdeel van een zeefdrukproject met een aantal kunstenaars en ontwerpers). De kosten voor het produceren van het blad konden ternauwernood gedekt worden door het abonnementsgeld. Dat betekende dat de investeringen een bron van zorg werden.

Na een optreden van Shocking Blue in het Krasnapolski Hotel in Amsterdam hebben we de situatie besproken met de leden van de groep. Ze vonden dat we daar maar eens verder over moesten gaan praten, maar dan met Cees van Leeuwen erbij. Enige weken later zijn we toen naar de Cornelie van Zantenstraat 16 in Den Haag gegaan om het gesprek voort te zetten op het kantoor van de manager. Daar bleek al snel dat Cees faliekant tegen enige vorm van sponsoring was. Hoewel de groepsleden die mening niet deelden, had Cees toch het laatste woord. Achteraf heb ik wel begrepen dat Cees al voldoende zorgen had. Klaas stond op het punt uit de band gewerkt te worden, en daar wilde hij nog niet een extra zorg aan toevoegen.

Dit gesprek heeft er wel toe geleid dat de platenmaatschappij hoorde van onze problemen. Zij zagen natuurlijk duidelijk het belang van een fanclub in. Wij werden in ieder geval vrij snel benaderd door de heren Damsteeg en Van Sliedrecht van Dureco. Zij boden ons een andere drukker aan, die goedkoper was en met offset werkte. Daar stond wel tegenover dat Dureco zich ook actiever met de inhoud van het blad wilde bemoeien. Wat dat precies zou gaan betekenen konden wij toen nog niet overzien. Wij leverden in ieder geval de kopij en de foto’s over Shocking Blue en Dureco zorgde verder voor de vormgeving op basis van ons ontwerp. Mijn vader had tot dan toe het ontwerp verzorgd. Ik had de schetsjes gemaakt en hij had die tot een lay-out verwerkt. Bovendien tekende hij de decoratieve elementen. Ook het logo van Pinky was van zijn hand.

Pinky nummer 3 werd in offset gedrukt en op een iets groter formaat dan Pinky 1 en 2. De papiersoort was minder briljant. Wat onmiddellijk opviel was dat het blad ook met minder liefde was gemaakt. De vormgeving was minder consistent dan de voorgaande Pinky’s en de helft van het blad stond vol met advertenties en artikelen die niets met Shocking Blue te maken hadden. Het was duidelijk dat Dureco het blad mede gebruikte als een platform voor zijn andere artiesten. Dat was op zich niet onredelijk en bovendien waren daar afspraken over gemaakt. Maar in bepaalde opzichten ging de nieuwe opzet verder dan die afspraken, bijvoorbeeld doordat men ‘vergeten’ was boven de advertenties het woord advertentie te zetten. Bovendien was een Shocking Blue-poster in het middenkatern vervallen om plaats te maken voor een advertentie van een opblaasstoel van Verkade. Uit dit soort onvoorziene zaken bleek dat wij de situatie verkeerd hadden ingeschat. Pinky 3 was daarmee niet alleen een teleurstelling voor onszelf, maar ook voor de fans, van wie een groot deel kritisch reageerde. Natuurlijk waren zij met de eerste nummers van het blad nogal verwend, maar hun teleurstelling viel goed te begrijpen. Ook ik begrijp nog steeds niet helemaal waarom Damsteeg en Van Sliedrecht, professionals als ze waren, de verontwaardiging niet hadden voorzien. Redenen en excuses waren er voldoende, maar het feit bleef dat het blad op deze manier niet werkte. Het resultaat van dit alles was dat de hele operatie nog eens kritisch tegen het licht werd gehouden.

Tegelijkertijd begon mijn studie als gevolg van mijn fanclub-activiteiten enige stagnatie te ondervinden. Ik reisde van hot naar her om interviews te geven, want de fanclub zelf was ook een beetje een fenomeen geworden. Artikelen over de fanclub verschenen in lokale en nationale dagbladen. Ik werd geinterviewd voor het Veronica Popjournaal van Rob Out, was betrokken bij de restart van het NCRV-programma FAN-FAN, waarin fanclubleden streden om de trofee voor de meest diepgaande kennis van hun favoriete artiest, en dan waren er nog de persconferenties, de gouden platenuitreikingen en de optredens. Op school vonden ze die activiteiten best aardig, maar op een gegeven moment werd mij toch te verstaan gegeven dat het beter was als ik me weer wat meer om mijn studieresultaten zou bekommeren.

Mijn ouders, die ook heel wat extra werk van de fanclub te verwerken hadden, vonden het dus helemaal niet erg toen Herman van Sliedrecht van Dureco langskwam met het voorstel de fanclub over te nemen. Hij kocht alles wat wij aan fanclubbladen, posters, foto’s, herdenkingskettingen, elpees en singles bezaten en nam ook de adressenbestanden van ons over. Daarmee waren wij schadeloos gesteld en kon ook de verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de fanclub worden overgedragen. Toch lijkt het erop dat Herman het runnen van zo’n fanclub nogal heeft onderschat. Mijn ouders hadden hem haarfijn uitgelegd wat het werk met zich meebracht, maar voor zover ik me dat nog herinner maakte dat weinig indruk. Hij had blijkbaar het idee dat de fanclub een soort van goudmijntje zou gaan worden. Ik zie hem nog zitten met zijn vriendin op een bovenwoning in Amsterdam, die ik bezocht om nog wat spullen na te bezorgen. In hemdsmouwen vanwege het warme weer, zuchtend onder de stapels post. Het begon toen net goed tot hem door te dringen dat de correspondentie en administratie inderdaad de dagtaak waren waarover wij gesproken hadden. Op de een of andere manier heeft hij geen kans gezien de Shocking Blue Fanclub voort te zetten. Het werd stil. Ik heb er nooit meer iets van vernomen, er kwam geen Pinky 4. Het was over en uit, najaar 1970.

Voor Shocking Blue was het succes nog niet voorbij, maar het rommelde intussen wel. Leo kwam, Klaasje ging, Leo ging, Henk kwam. Als je de artikelen en interviews van die tijd leest word je onwillekeurig herinnerd aan wat Teun van Popta daar in augustus 1970 al over te melden had. Achteraf gezien had het ook anders kunnen lopen, maar ja, achteraf…

Persoonlijk denk ik dat de achtergrond van Cees en Robbie van Leeuwen wel een verklaring vormt voor het verval. Al voor de tijd van The Motions, de voorloper van Shocking Blue, hadden ze samen geknokt voor hun succes. Dat was hun namelijk niet aan komen waaien. Maar het succes in goede banen leiden, dáár waren ze niet echt op voorbereid. Ook de logistiek was daarbij een probleem, want de band toerde in die tijd nog in oude bestelbusjes, tussen de apparatuur zittend, en die reizen gingen ook naar het buitenland. Leo van de Ketterij memoreerde onlangs dat de organisatie rondom Shocking Blue verbijsterend amateuristisch was voor een band met een wereldreputatie.

Robbie van Leeuwen en Mariska Veres hadden het voordeel dat ze allebei van huis uit een vrij gedisciplineerd leven leidden. Ze hadden ook een achterban die in staat was hen te steunen en die hen ook met beide benen op de grond hield. Bij Klaas van der Wal en Cor van der Beek lag dat anders. Als je beseft hoeveel spanningen zo’n wereldsucces en de eindeloze tournees en verplichtingen van fotosessies, interviews en meetings met zich meebrengen, dan is het niet vreemd dat mensen met minder discipline en ondersteuning daaraan onderdoor gaan. Het is eigenlijk onmogelijk hier een exacte oorzaak voor aan te wijzen, want uiteindelijk bestond de problematiek uit een samenspel van omstandigheden en karaktereigenschappen van bandleden en management.

Met Klaas schijnt het nog goed afgelopen te zijn. Na Shocking Blue heeft hij nog enige tijd in de groep Antilope gespeeld. Daarna heeft hij de muziekbusiness volledig de rug toegekeerd, maar die stap valt nog te relativeren. Dat het met Cor helemaal mis is gegaan is niet alleen heel tragisch, maar misschien ook wel de meest in het oog lopende smet op het succes van de groep.

Shocking Blue heeft tot 1973 bestaan. Robbie kreeg geelzucht en moest daardoor stoppen. Hij heeft daar zelf over gezegd dat hij blij was zichzelf nooit met drugs op de been te hebben gehouden. Nu was zijn gezondheid wel aangetast door de slijtageslag, maar tien jaar later was hij wat zijn kwakkelende immuunsysteem betreft weer redelijk hersteld. Het had ook anders kunnen aflopen.

De band heeft nog enige tijd in een andere bezetting zonder Robbie gespeeld. Toen Mariska het na een jaar ook voor gezien hield was het natuurlijk helemaal voorbij. De revivals die jaren later nog hebben plaatsgevonden betekenden niet meer dan een korte opleving. Sinds enige tijd was er ook een nieuwe Shocking Blue rond Mariska opgericht, in een geheel andere bezetting. Ik heb ze nooit zien spelen, dus kan ik er weinig over zeggen. De zigeunermuziek die Mariska met Andrei Serban heeft gemaakt vind ik heel interessant, omdat Mariska zich daarmee van alle oude associaties losmaakte en een nieuwe positie durfde in te nemen. In feite schaarde ze zich daarmee zelfs in een oeroude familietraditie. Ik denk dat haar vader daar trots op zou zijn geweest.

Na de fanclubtijd is mijn interesse in Shocking Blue snel achteruit gegaan. Ik hoorde natuurlijk nog wel eens iets over hun successen in Japan en met het nummer Inkpot, maar voor mij was dit alles toch al min of meer geschiedenis.

De essentiële Shocking Blue bestaat voor mij toch nog altijd uit de bezetting met Rob, Mariska, Klaas en Cor. De nummers die ik daarmee associeer ook: Send me a postcard, Long and Lonesome Road, Venus, Mighty Joe en Never marry a railroadman. Ook de elpees Shocking Blue at home en Scorpio’s dance behoren daartoe. Waterloo en de 3rd Album konden me eigenlijk al veel minder boeien. Dat zal ook wel persoonlijk zijn geweest. Je hebt teveel meegemaakt, teveel achter de schermen gekeken, teveel relativeringsvermogen opgebouwd om nog een die-hard fan te kunnen zijn.

Desondanks valt het me op dat veel van de nummers van Shocking Blue goed houdbaar zijn gebleken en eigenlijk weer erg hedendaags aandoen. Willem van Kooten van Red Bullet had dat in 1974 overigens al voorspeld. Het succes dat Bananarama, Nirvana en No Angels jaren later met Venus en Love buzz hebben gehad levert het bewijs voor die stelling. Kwaliteitsverschillen zijn er natuurlijk wel. Get it on is bijvoorbeeld een nummer dat ook nu nog verrassend is, terwijl Good times gedateerd aandoet.

Robbie van Leeuwen heeft later gezegd dat hij het eigenlijk heel jammer vindt dat mensen hem vooral met Venus associëren. Hij voegde daar aan toe dat hij zich daar langzamerhand maar bij had neergelegd, omdat hij het succes van dat nummer waarschijnlijk nooit meer zou overtreffen. Het mag duidelijk zijn dat Robbie en Shocking Blue meer zijn dan Venus alleen. Zeker als je daar het werk dat Robbie voor The Motions, Galaxy Lyn en Mistral heeft gemaakt daar nog aan toevoegt.

Wat mij als ontwerper tegenwoordig vooral interesseert in Shocking Blue is de gedachte die erachter zat. Robbie van Leeuwen heeft daar in De b-kant van de beat een aantal uitspraken over gedaan die zeer verhelderend zijn. Allereerst de verklaring dat hij voor Shocking Blue een concept had. Een concept gebruiken als basis voor een product is van oudsher iets wat je in de reclame, de commercie en de vormgevingswereld tegenkomt. Tegenwoordig tref je overal concepten aan, ook in de muziek en de horeca en bij de winkelbedrijven. In die tijd was het echter vrij ongewoon om in dergelijke termen te spreken, laat staan om bewust vanuit een concept te werken. Het belang van Robbie van Leeuwen als songwriter is evident, maar dat de man vanuit zijn ervaringen bij The Motions en de eerste bezetting van Shocking Blue op de gedachte is gekomen om te werken met een idee en dus de groep als product te beschouwen maakt van hem een strateeg. Deze houding maakt ook duidelijk wat voor kracht en invloed Robbie van Leeuwen in die tijd binnen de Nederlandse popmuziekscene heeft gehad.

Bij de eerste bezetting van Shocking Blue, met Foggy Govers als zanger, was het concept wellicht nog niet helemaal volwassen. Vanaf het moment dat Mariska Veres in beeld kwam viel het muntje. In de periode dat Shocking Blue met haar ging optreden was er al een stroming gaande die een meer intellectuele vorm van popmuziek voorstond. Robbie wilde zich daar van onderscheiden door een poppy rock-benadering te volgen. Het idee om met een zangeres te gaan werken was in Nederland nog een unicum. Dat Robbie zorgvuldig had nagedacht over het gebruik van kleding, haardracht, performance, apparatuur, instrumenten, bezetting, sound en imago, was ongewoon. Zelfs de manier waarop de groep zich liet fotograferen en interviewen verliep volgens strikte regels.

Deze werkwijze staat trouwens niet op zich, in die tijd. Ook andere bands die op een internationaal publiek mikten (The Fool) en ook beeldende kunstenaars (Wim T. Schippers en Willem de Ridder) bewaakten hun imago goed en hanteerden strikte regels voor de manier waarop ze met de media omgingen. Als je tegenwoordig naar Idols kijkt realiseer je je dat het conceptuele in de muziek gemeengoed is geworden, maar een concept op zich is geen garantie voor succes. Eigenlijk gaat het toch om de aanwezigheid van een gedachtengoed zonder concessies, maar met integriteit en vanuit de overtuiging dat je gaat voor de lange en niet voor de korte termijn. Toch zit er iets problematisch in een concept. De uitvoering ervan moet wel kloppen, je moet het in alle omstandigheden aanhouden, er consistent in zijn. Met de wisselingen in de bezetting begon wat dat betreft de slijtage. Het oorspronkelijke viertal was essentieel voor het concept. Robbie had al een hele ontwikkeling doorgemaakt toen hij met Shocking Blue begon. Jarenlang sappelen hadden hem streetwise gemaakt. Vandaar dat hij niet alleen serieus met muziek bezig was, maar ook met succes. Hij heeft het succes afgedwongen, maar hij had het verloop ervan niet in de hand en het einde al evenmin. Ook Shocking Blue ontkwam niet aan de wetten van opkomst en verval. Desondanks blijft mede daardoor de bestaansperiode van Shocking Blue intrigerend.

De vraag of succes valt af te dwingen bleef mij dan ook bezighouden. Het feit dat Robbie van Leeuwen werkte met een concept is daarbij het uitgangspunt om de maakbaarheid van succes nader te bekijken. Een concept, een idee, een gedachtengoed of een thema, kan een sterke drijvende kracht vormen als het op de uitvoering aankomt. Het Shocking Blue-concept, dat al eerder besproken is en waar Robbie van Leeuwen de bedenker van is, ontleent zijn kracht op zijn minst aan drie aanwijsbare gegevens. Deze bronnen van succes behoren tot de magie van het interessante. Het interessante, het aansprekende, het verleidelijke, de fascinatie, is meestal niet definieerbaar. Iets raakt ons, maar waarom precies, exact, wiskundig bepaald, is zelden direct te achterhalen. Bij Shocking Blue kun je desondanks drie pijlers van fascinatie aanwijzen:

1. Het viertal Mariska, Robbie, Cor en Klaasje is zó’n eenheid als imago (uitstraling, archetype, iconisch beeld) dat de groep als verbeelding van een idee, tijdloos is en blijft. Ze is een stijlfiguur, een prototype van het fenomeen popgroep. Nog steeds is de band in de originele bezetting razend populair, van Tokyo tot Moskou en van Afrika tot Amerika (ik krijg op mijn website met informatie over de groep gemiddeld twaalfhonderd bezoekers per maand. Meer dan zestig procent van die bezoekers komt daar voor Shocking Blue). De eerste foto’s met de drie jongens in zwarte T-shirts en hun Gypsy Queen hebben de basis gelegd voor de mythe van Shocking Blue.

2. Uit live-beelden op YouTube blijkt telkens weer dat, ondanks het Poppy Rock-concept van Robbie, Shocking Blue simpelweg heel lekker kon rocken. Ze wisten een meeslepend geluid neer te zetten, op de plaat en live, waar je niet aan ontkomen kon (en kunt). De kwaliteit van Van Leeuwen als musicus en componist staat hiervoor garant. Die kwaliteit gaat heel ver en heeft soms ook een opmerkelijke diepgang. Of het nu gaat om Wasted words van de Motions, of bepaalde nummers van de elpee At home van Shocking Blue, hier wordt de tijdgeest geraakt en neergezet.

3. De stem van Mariska Veres. Volgens Robbie van Leeuwen (in een interview met TV-West tijdens een item over de dood van Mariska) had Mariska een stem die een beperkt bereik had (à la Fats Domino), maar binnen dat bereik uniek genoemd mag worden, heel eigen, niet te imiteren. Een feit dat bepalend is geweest voor het charismatische en enigmatische karakter van de groep. Op YouTube staat een versie van Send me a postcard, uitgevoerd door een Scandinavische groep. Het instrumentale gedeelte wordt heel treffend ingezet, maar zodra de zangeres begint te zingen is de magie weg en zet je de video meteen weer uit. Wat hier ontbreekt is de kwaliteit van de stem van Mariska, die behalve krachtig ook onvervangbaar, onnavolgbaar, eenmalig en onhollands was. Veel mensen verbazen zich nog steeds over de zigeunerachtergrond van Mariska, die een belangrijke rol in haar magische en dus onhollandse uitstraling heeft gespeeld.

Op 2 december 2006 is Mariska Veres op negenenvijftigjarige leeftijd overleden. Kort daarvoor had ze nog opgetreden met de Margriet Eshuijs Band. Mariska leefde voor de muziek, ze wás muziek, als een echte Veres. Vakgenoten noemen haar een professional waar je goed mee kon samenwerken. Als je zo verbonden bent met muziek en met een succesvol verleden is het de vraag of je ooit kunt stoppen. Venus bleef het nummer waar ze altijd weer herkenning en erkenning mee kon halen en dat bij ieder publiek aansloeg, of het nu was tijdens de vele tv-uitzendingen in binnen- en buitenland of tijdens de duizenden concerten die ze tot aan haar dood heeft gegeven.

Hier begint zich ook iets af te tekenen van het wezen en het tragische karakter van de entertainmentindustrie, waarover straks meer. Eén ding is zeker: met de dood van Mariska is definitief een punt gezet achter de geschiedenis van Shocking Blue in concreto. Einde verhaal, maar geen einde van de legende. Nu komen we op het gebied van de mythe en bij de vraag of het anders had kunnen lopen, zoals Cees en Robbie Van Leeuwen zich afvroegen in De b-kant van de beat.

Om deze essentiële vraag te kunnen beantwoorden zal ik een uitstapje maken naar mijn vakgebied, grafisch ontwerpen en publiciteit, mijns inziens weer onderdeel van wat wel Public Relations of Public Image wordt genoemd. En niet zonder reden.

In 1982 kreeg ik van mijn toenmalige hoofddocent Grafisch Ontwerpen, Jan Driessen (ex Lintas Worldwide en voormalig Art Director van Avenue), op de Rottterdamse Kunstacademie de opdracht een campagne te maken met als thema ‘het idool’. Vanuit mijn achtergrond met de Shocking Blue Fanclub vroeg ik hem naar zijn ideeën over dat thema. Hij reageerde hier op met het volgende verhaal: “Ken je die papierprikkertjes voor op je bureau? Je weet wel, met een rond grijs geëmailleerd voetje van staal en een stevige stalen naald met scherpe punt er midden op? Als ik dit thema zou visualiseren zou ik beginnen met op zo’n prikker een foto van een vedette, een ster, een beroemheid of een legende uit de muziekwereld te prikken, en nog een en nog een, of van een filmster, of een politicus. Net zolang tot er nog maar een klein stukje van het staal te zien is. Drie centimeter of zo. Dat is voor mij de verbeelding van een idool, de tragiek van een bekendheid te zijn, de vervangbaarheid en de vergankelijkheid. Muziek, film, theater, kunst, literatuur, politiek, dat maakt niet uit. Allemaal showbusiness als het gaat om imago.”

“Weet je,” vervolgde hij, “er bestaan drie vormen van bekendheid. De eerste is beroemdheid. Beroemdheid kun je heel goed sturen met alle middelen die daarvoor beschikbaar zijn. De tweede vorm is sterrendom. Een ster staat natuurlijk een flink trapje hoger dan een beroemdheid. Valt ook nog aan te sturen met promotie en publiciteit, maar is eigenlijk al een fenomeen dat een eigen leven leidt. De derde is de legende. Het hoogst bereikbare. Alles verbleekt als je een legende bent. Beroemdheid en sterrendom zijn niets vergeleken bij het mythische karakter van de legende. Als je legendarisch bent geworden ben je geen gewone sterveling meer: je hebt het rijk van de eeuwigdurende roem betreden, je bent goddelijk geworden. Er kleeft wel een nadeel aan. Je kunt niet meer terug. Als je een legende bent geworden kun je als mens nog wel je eigen leven leiden, maar alleen onder specifieke voorwaarden. Je bent namelijk volledig publiek bezit geworden: een public image, een imago. Daar ontkom je nooit meer aan. Wie de mens is die daar achter zit is in feite van geen belang meer, want in de hoofden van de mensen bestaat alleen nog maar dat beeld. Alles wat daar van afwijkt neemt het publiek hoogstens voor kennisgeving aan, want dat wil het helemaal niet weten. Zelfs roddel en achterklap kunnen slechts zelden scheuren in de illusie veroorzaken. Want wanneer bekend wordt dat de ster aan lager wal raakt, een comeback maakt of gaat scheiden, maakt dat voor de beeldvorming niet echt uit. Je kunt net zo goed naar Timboektoe verhuizen en niets meer van je laten horen: het doet er niet meer toe. Eenmaal een legende, altijd een legende!”

Daar ligt de crux van het succes van Shocking Blue. Dat was op een bepaald moment zo groot dat het in feite niet meer van hun was. Als je dat succes vast wilt houden gaat het, als je niet uitkijkt, met je aan de haal. Natuurlijk, als je er heel professioneel mee om weet te gaan kun je het voeden, vernietigen, uitmelken, en transformeren. Bij Shocking Blue ontbrak blijkbaar het vermogen tot het managen van dat succes.

De kracht van Venus is de essentie van Shocking Blue als idee. Ieder ander nummer van de groep kon dat alleen maar onderstrepen. Pure energie in de vorm van een liedje dat miljoenen harten kon veroveren en nog steeds weet te raken. Er zit er iets profetisch en geheimzinnigs in het nummer dat Mariska altijd is blijven zingen: A goddess on a mountain top, burning like a silver flame, the summit of beauty and love, and Venus was her name. She’s got it, yeah baby she’s got it. Well I’m your Venus, I’m your fire at your desire.

Mariska was een professional, en tegelijkertijd een verlegen en aardig meisje dat vanaf het begin van haar carrière het succes wist te relativeren en in eerste instantie in haar naïviteit (of onschuld) verbaasd was over de indruk die ze maakte als boegbeeld van Shocking Blue. Zij kon zichzelf niet herkennen in het beeld van de sexy verleidster, waar Cees en Robbie zoveel aan hadden bijgedragen, middels het concept.

Als bedenker van het concept had Robbie er een grote kluif aan Mariska bij te sturen. Een sexy act op het podium, het contact aangaan met het publiek, dat lukte in de begintijd niet zo goed. Daardoor werd haar imago veel meer dat van een onaanraakbare, afstandelijke figuur. Die maagdelijke vaagheid is juist Mariska’s kracht gebleken. Als projectiescherm voor de diepste verlangens van het publiek was gereserveerdheid of verlegenheid juist de bron van een veel grotere aantrekkingskracht. A goddess on a mountain top, een Aphrodite, een Venus van Milo is namelijk veel meer het icoon van de onvervulbare begeerte (voor een sterveling) en veel minder aards dan een femme fatale of een aardig meisje waar je gewoon mee kunt theeleuten. Als Venus van Willendorf (2), op latere leeftijd, had ze de rijpheid en ervaring om met haar publiek een dialoog aan te gaan. Keer op keer weer. De onsterfelijke tonen van Venus hoefde je maar te horen klinken of ze was weer de Venus van Shocking Blue. Dat zou altijd zo gebleven zijn, al was ze honderd geworden.

Het feit dat Mariska Veres overeind is gebleven in al die jaren, heeft zeker te maken met haar professionaliteit, maar nog meer met haar achtergrond en de steun van haar omgeving. Daardoor kon ze buiten het podium gewoon functioneren als mens en imago en persoonlijkheid gescheiden houden. Minder evenwichtige artiesten en minder sterke schouders, gaan juist dáár aan onderdoor. Als je naar een imago gaat leven ben je bij voorbaat grenzeloos en dus verloren.

Mariska was vanaf 1974 de enige echte erfgename van de legende die ze in beheer had gekregen. Robbie kreeg meer royalties, maar Mariska bleef de hoedster van het magische vuur dat altijd weer zal branden zodra die beroemde akkoorden klinken.

Mensen zijn sterfelijk en ideeën komen en gaan, maar godinnen blijven altijd tot onze verbeelding spreken en zullen, juist daarom, nimmer vergaan!

Huub Koch, Rotterdam, januari 2004 – februari 2007


1-Dick Slootweg, De b-kant van de beat, Den Haag 1989

2-Venus van Willendorf: De Godin Venus is door Shocking Blue gerepresenteerd middels het beeld van de Venus van Milo, die een verbeelding is van de Godin van de liefde, Aphrodite. Het beeld van de Venus van Willendorf, veel ouder dan Aphrodite, refereert aan de oermoeder. Dit laatste sluit meer aan bij het Matrone-figuur van de oudere Mariska Veres. Niet zonder betekenis. Het voedende karakter van Mariska’s imago uit latere jaren raakt weer andere bronnen aan voor dromen, verlangens, mythen en legenden, waardoor het karakter van de Venus-figuur in een ander daglicht komt te staan en meer bij de zigeuner-traditie waar zij uit voort is gekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *