Sporen in de lucht (2)

luchtspoor

Als kind draag je ongewild de bewijzen van je oorsprong met je mee. De buurt waar je woont huisvest families uit een bepaalde categorie, een code met een bestedingspatroon, een kledingsmaak en een gedragswijze die daar bij past. Dat is een teken, een karakter dat plotseling kan veranderen in een stigma, een stempel of een brandmerk. Zo wordt je, als een stuk fruit op de markt, in de hand genomen, gewogen en te licht bevonden of goedgekeurd en aangemerkt als één van ons, of anders. Ik behoorde tot die andere soort. Dwars, eigenzinnig, tegendraads, en dus afwijkend. Alleen intimi met goede bedoelingen kregen een andere kant te zien.

Binnen het amalgaam van rangen en standen, van leeftijdsklassen en onvermoede achtergronden speelt het dagelijks leven zich af met een wisselend aantal gemoedsstemmingen als gevolg, een kwestie van overleven. Die strijd tussen de soorten lijkt zich uit te strekken als een van oorsprong ruwe wrijving in de omgang tussen buurten, steden, landen, volken en continenten. Het is een energie waar de wereld op draait. Soms onschuldig ogend als kinderspel, een andere keer onoverkomelijk als een natuurkracht waar doden bij vallen. Diplomatie is nog niet aan de orde, maar al met al niet onmogelijk. Geweldloze communicatie bestaat nog niet. Een enkeling bespeurt behoeften achter gedrag.

Het duurt lang voor ik ga houden van de stad waar ik geboren ben. Zelfs nu heb ik een ambivalente verhouding tot die plaats, die me zo vertrouwd is. Mijn vermogen tot relativering van de belangen die er spelen maken dat ik me niet snel laat vastpinnen op één kant van een zaak. Ik woon op dat moment in het centrum, ver verwijderd van alles dat bestaansreden geeft aan deze metropool. Die wereld is een attractie waar je doorheen laveert met een rondvaartboot. Later ontdek ik hoe het nut en aansluitend het uitbaten, vorm geeft aan de gemeenschap en haar bewoners.

De leefruimte op straat wordt afgebakend door een ringweg rondom het centrum, waar ook mijn lagere school ligt, die voert naar de zuidas en weer terug. Ik verander drie keer van lagere school. 180 graden richting het stadshart is de boulevard met de winkelallee, de kantoren, de warenhuizen en het stadhuis. Ter linkerzijde bevindt zich de oversteekplaats bij de zandvlakte die als parkeerplaats in gebruik is, maar waar twee maal per jaar een circus of een kermis neerstrijkt. Mijn vader schildert de decoraties op entreebogen en aanverwante objecten.

Dat gebied loopt naar de grens van de grote gebeeldhouwde fontein bij de weg richting Centraal Station. Een andere zandvlakte uit mijn jeugd ligt achter de winkelstraat bij de brede doorgangsweg richting het westen. Het is een onbestemd gebied. Daar tussenin ons territorium, het terrein dat behoort aan mijn vriendjes en mij. Dat is duidelijk. Zodra je die grens overschrijdt begeef je je in een onbekende wereld en kom je op plekken met bewoners die je, soms vriendelijk, dan weer vijandig gezind zijn. Alleen die wijde wereld ingaan is niet zonder risico, maar binnen die grenzen ben je relatief veilig. En toch, alleen van jezelf kun je op aan. Ook volwassenen vertonen onvoorspelbaar gedrag.

Op een dag zie ik een vis in het water van de rivier die door de stad stroomt en waar ze haar naam aan dankt. Mijn vriendjes en ik spelen vaak onder de spoorbrug. Onderaan de pijlers die in het water staan bevindt zich een richel die breed genoeg is om op te staan. Daardoor kan ik de vis uit het water halen. Het is een mooie vis, tweemaal zo groot als mijn handen. Mijn vriendjes zeggen tegen mij dat hij dood is, maar dat deert mij niet. Ik neem hem mee naar mijn huis, in de zijstraat aan het eind van de kade. Mijn ouders zijn niet thuis en ik laat het fonteintje in hun slaapkamer vollopen met water en doe de stop erin. Ik laat de vis in het water glijden.

Zo wacht ik op het moment dat de vis weer gaat leven. Mijn moeder komt thuis, ziet mij geduldig zitten en glimlacht. Net als mijn vriendjes vertelt ze mij dat de vis dood is en dat daar niets meer aan te doen valt. Ze laat me maar even, straks gaat hij de wc in. Terwijl ik voor het eerst van mijn leven mijmer over het mysterie van de sterfelijkheid beweeg ik mijn hand onwillekeurig licht door het water.

Ik kijk naar de vis en zie zijn schoonheid. Droom ik? Langzaam gebeurt er iets in zijn lijf. Net alsof de kieuwen weer gaan bewegen. Ik zie die kieuwen groeien. Hij kijkt mij aan met één oog. Dan transformeren de kieuwen tot vleugels en voor ik het door heb komt de vis uit het water. Hij vliegt rustig op en neer boven de wastafel, met een licht snorrend geluid. Als was hij een mini helikopter. Dan is hij plots boven het bed van mijn ouders en vliegt zonder pardon razendsnel weg door het raam, dat open staat vanwege de warmte.

Het domein van mijn jonge bestaan is een zone van vers beton, waarvan het cement amper is opgedroogd, met tussendoor grote vlakten met bergen zand, die zich uitstrekken over honderden meters braakliggend terrein. Nog maar even en die leegte is weer gevuld. Het is vijftien jaar na de oorlog, die ik leer kennen in de anekdotes van mijn ouders. En later in de kennelijke tegenstrijdigheden van mijn familiegeschiedenis. De broer van mijn vader vloog aan het einde van die oorlog als piloot in dienst van het Amerikaanse leger, terwijl de neven van mijn overgrootvader, ingelijfd in de Duitse Wehrmacht, de dood vonden in Stalingrad.

Wat vind ik van dit gezin, zeg je? Ik stel de vraag vijftig jaar later aan het huis waar ik in die tijd woonde. Ach het was eind vijftiger jaren. De oorlog was net voorbij en de ouders hadden ook de crisisjaren meegemaakt. Ze hadden elkaar gevonden via een zus van de man, die de vrouw was tegengekomen op een vakantie aan het Lago Maggiore. Zo is het gekomen. Er waren grote verwachtingen, maar die kwamen niet helemaal uit. Toch waren het mensen met het hart op de goede plek. Er zat niets slechts bij, hooguit onhandigheid. Hoe het was voor het kind? Ik denk heel eenzaam. Eigenlijk waren ze allemaal een beetje eenzaam. Goed omgaan met elkaar was niet hun sterkste punt. Er is veel gezwegen in die tijd. En van zwijgen wordt je nog eenzamer.

7 gedachten over “Sporen in de lucht (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *